Nieuws
Borstvoeding bij warm weer
01 sep, 2016

Borstvoeding bij warm weer

Borstvoeding bij warm weer

Bijna iedereen weet dat baby’s het prima doen op uitsluitend borstvoeding gedurende de eerste zes maanden. Bijvoeding is niet nodig en zelfs af te raden. Toch komen de twijfels als het een warme zomer is met hoge temperaturen, of als er sprake is van vakantieplannen naar een land met (sub)tropisch klimaat. Borstvoedingsorganisaties en lactatiekundigen krijgen dan ook regelmatig de vraag hoeveel 'extra' er moet worden gegeven zodat de baby niet uitdroogt. In dit artikel wordt op deze vraag ingegaan en wordt uitgelegd hoe je uitdroging kunt voorkomen.

Onderzoeksresultaten

Uit onderzoek in tropische landen is gebleken dat baby’s prima in staat zijn om hun vochtbalans op peil te houden. Daarom is het niet nodig om extra water te geven. Sterker nog: uit het onderzoek kwamen aanwijzingen dat het geven van extra water ertoe kan leiden dat de totale inname van moedermelk wordt verminderd. Als er door toediening van extra water minder moedermelk wordt gedronken kan dit onwenselijke gevolgen hebben m.b.t. de gewenste calorie-inname en de daarbij behorende voedingsstoffen.

Nog meer nadelen door toediening van "extra" vocht

  • Minder zuigkracht. Het geven van extra vocht remt de behoefte van de baby om vaak en krachtig bij zijn moeder te zuigen en te drinken, en als die behoefte minder wordt zal de melkproductie ook minder snel op gang komen of zelfs afnemen.
  • Risico van infectie. Bij onvoldoende hygiëne en gebrek aan koeling, ontstaat er een verhoogd risico op infectie.
  • Risico van allergie. Als met kunstmatige zuigelingenvoeding wordt bijgevoerd, is er extra risico dat zich een allergie voor koemelkeiwitten of soja ontwikkelt.
  • Uit onderzoek is gebleken dat als een baby gedurende de eerste dagen water en/of glucose krijgt, de kans op geelzucht wordt verhoogd.

Onwetendheid

Er zijn natuurlijk situaties waarbij een baby niet genoeg moedermelk binnenkrijgt. Twijfel je aan het binnen krijgen van voldoende borstvoeding neem dan voor overleg contact op met één van de lactatiekundigen. Hier vind je de contactgegevens van de lactatiekundigen.

Uitdrogingsverschijnselen

Een lichte dehydratie kun je herkennen door:

  • Lusteloosheid
  • Sufheid
  • Inactiviteit
  • Gebrek aan eetlust
  • Een droge beslagen tong
  • Verminderde urineproductie

Bij een gezonde op tijd geboren baby komt uitdroging de eerste paar dagen praktisch niet voor, omdat deze baby’s worden geboren met overvloedig vocht. De minimale urineproductie is op dag 1 en 2 een tot twee natte luiers, maar daarna kunnen minder dan drie natte luiers een belangrijk signaal zijn. Door de kleur van de urine te controleren, weet je of je baby voldoende vochtopname heeft. De urine moet dan bijna kleurloos zijn.

Een ernstiger mate van uitdroging wordt gekenmerkt door een droge, niet elastische, losse huid en diepliggende ogen.

Er bestaat ook secundaire dehydratie. Deze vorm van uitdroging kan ontstaan door abnormaal verlies van water en elektrolyten. Dit is meestal een acuut gebeuren, zoals bij braken en diarree, of hoge koorts. In deze situatie verliest je kindje grote hoeveelheden vocht en natrium en in mindere mate ook kalium. De bloeddruk kan dalen, polsslag neemt toe en er kan ontstaan sufheid ontstaan. Het toedienen van alleen water is zinloos in dit geval omdat de nieren reageren op het lage natriumgehalte van het bloed.

Baby’s kunnen bij verkeerd beleid snel uitdrogen met ernstige gevolgen. Geelzucht kan worden bevorderd en er kan onherstelbare schade ontstaan in de hersenen of andere vitale organen. Het is dus van belang om goed op de juiste signalen te letten.

Poepluiers bij een gezonde baby

Dag 1-3: donker, groen tot bijna zwarte poepluiers (meconium).
Dag 4-6: ontlasting wordt steeds lichter van kleur zodra er meer moedermelk wordt gedronken.

Rond de vijfde dag verschijnt de normale mosterdkleurige zalvige ontlasting met af en toe enige variatie mogelijk naar oranje of groenig, met slijm of schuimig. De frequentie neemt toe tot minstens 2-3 goed gevulde luiers per dag. Met vijf poepluiers per dag heeft een baby nog geen diarree.

Als een baby op de vijfde dag nog steeds meconiumluiers heeft, dient de dokter gewaarschuwd te worden. Bij sommige baby’s verandert het ontlastingspatroon na vier à zes weken naar bijvoorbeeld één poepluier per aantal dagen., maar het is beter om het even te checken.

Plasluiers bij een gezonde baby  

Dag 1-3: weinig, maar toenemend in aantal.
Dag 4-5: vier à vijf volle plasluiers per dag.
Dag 6: zes volle wegwerpluiers of zes à acht katoenen plasluiers per dag.

De urine hoort licht van kleur te zijn en dus niet geconcentreerd met een sterke geur. De eerste twee tot drie dagen produceren sommige baby’s roze of rode urine. Dit hoeft geen reden tot paniek te zijn, maar mag wel een aandachtspunt vormen om te kijken of de baby goed is aangelegd.

Bijhouden van de hoeveelheid urine helpt om een diagnose te stellen of een baby voldoende binnenkrijgt, maar is niet geschikt als diagnosemiddel als de baby naast moedermelk ook ander vocht krijgt.

Gewichtstoename

Het is normaal dat een baby na de geboorte gewicht verliest.(7%) Dit komt door het lozen van het meconium het vocht verlies en het nog opgang komen van de borstvoeding. Na de stuwingsdagen zal de productie van de borstvoeding groter worden en de baby gaan groeien. Bij het afsluiten van de kraamzorg (8e dag) zal de baby zijn geboortegewicht hebben bereikt of in ieder geval aan het groeien zijn.

Gewichtstoename dient minimaal 125 gram per week te zijn. Een elektronische weegschaal blijkt daarbij het nauwkeurigste te zijn. Het is wel van belang om steeds dezelfde weegschaal te gebruiken.

Tot slot gouden tips om uitdroging te voorkomen

Gedurende de eerste week na de geboorte:

  • Baby direct na de geboorte bij moeder op de buik leggen, en alle tijd geven om de tepel te vinden en te zuigen.
  • Baby bij voorkeur bij de moeder in de buurt houden zowel overdag als ‘s nachts, zodat de signalen van de baby snel gehoord en gezien kunnen worden.
  • 3-38-250Aanleggen op verzoek, frequent. Zodra de baby op de een of andere manier te kennen geeft dat hij wil drinken, wordt hij aangelegd; ook dit geldt voor overdag als voor 's nachts. De eerste week wordt hij frequent aangelegd om te zuigen; 10-12 keer per dag is ook heel normaal.
  • Zonodig frequenter. Als het nuttig lijkt dat een baby meer drinkt, dan wordt geadviseerd de voedingsfrequentie te verhogen. Bij borstvoeding geldt de wet van vraag en aanbod: hoe vaker de baby zuigt, des te groter de melkproductie.
  • Fopspeen dubieus. Het gebruik van een fopspeen, flessenspeen of tepelhoedje kan ertoe leiden dat de baby minder goed drinkt en kan bijdragen tot zuigverwarring.
  • Beide kanten en lang genoeg. In het algemeen wordt een baby voor een voeding achtereenvolgens aan beide kanten aangelegd totdat de baby aangeeft genoeg te hebben gehad.
  • Stimuleer een slaperige pasgeborene om regelmatig te drinken. Sufheid en slaperigheid kan een oorzaak en gevolg zijn van uitdroging. Sommige baby’s lijken zo tevreden en weinig eisend dat er wel eens een voeding wordt gemist.
  • Let ook op de kleding van je baby. Een baby die huilt, rood aanloopt en transpireert kan zeker te veel kleding aanhebben en door het transpireren weer onnodig vocht verliezen. 

Bronvermelding

  • The Breastfeeding Answer Book, LLL International
  • Decision tree and postpartum management for preventing dehydration in the breastfed baby. Jack Newman, Journal of Human Laction, nr. 2(2) 1996
  • The importance of Newborn Stool Counts door Denise Bastien. Leaven Dec.'97-Jan.'98
  • Krijgt mijn baby wel genoeg?
  • Water supplementation in exclusively breastfed infants during summer in the tropics. H.P.S. Sachdev e.a. The Lancet, 20 april 1991
  • Not enough milk van de WHO * auteur: Martien van den Berg